Dreiging, beheersing en beschaving
Dreiging, beheersing en beschaving
De historie en cultuur van Zoomstad
Andre Dekker (Observatorium) en Anne Hemker (Stadstij)
Laboratorium De Verstedelijking, Rotterdam, 11 juli 2010
Dreiging
Catastrofes vinden plaats door een stijgende zeespiegel, schuivende aardkorsten of een actieve vulkaan; in Zoomstad is het een eroderende berg. De bewoners moeten zich tot deze natuurlijke macht verhouden. Het is een gevaarlijke berg, omdat zijn brokstukken hen verpletteren. Maar ze kunnen er niet wegblijven. Het vallende gesteente levert het middel van bestaan voor de stad. De dreigende berg is de raison d’être: waar de dood is, begint het leven. De mensen klemmen zich aan het gevaar vast. De wildernis is deel van hen, zij zijn deel van de wildernis. De berg is de fysieke bron en de geestesbron van de ontwikkeling van dit gebied. De dreigende catastrofe bindt alle bewoners, onafhankelijk van plaats en klasse.
Beheersing
Het leren beheersen van de dreigende berg en het materiaal van de berg heeft deze samenleving vorm gegeven. Door het steen te leren gebruiken en bewerken (productief handelen), door de berg en het gesteente te begrijpen en te manipuleren (wetenschappelijk en technisch handelen) en door de berg te vrezen, te bezweren en te vieren (cultureel handelen). Het beheersen van de berg en het steen, en de productiemiddelen die daar uit naar voren komen (grondstof, kennis en cultuur), hebben de cultuur bepaald en tot het ontstaan van drie sociale klassen geleid: de werkende klasse, de wetenschappelijke klasse en de culturele klasse.
Grondgedachte: Het leren beheersen van de berg en het steen is een vorm van beschaving. Doordat de mensen het gesteente hebben getemd en hebben ingelijfd in hun samenleving, zijn die samenlevingen ingewikkelder en zijzelf meer geciviliseerd, beschaafder geworden. (Parafrase van een stelling over de beheersing van het vuur uit Beschaving en Vuur van socioloog J. Goudsblom)
Beschaving
Op de gevaarlijke locatie aan de voet van de berg Mons Peril hebben zich altijd mensen gevestigd die het gesteente als hun bron van inkomsten hadden. De eersten die het steen leerden bewerken en gebruiken stichtten Solumma. De Grote Erosie verwoestte de eerste vestiging. Overlevenden stichtten Solumma Nova, iets verderop, langs de rivier. Een deel van hen begon daar het land te bebouwen.
Met de verdere technische beheersing van het ruwe bergmateriaal werd het mogelijk op de meest veilige afstand, ver en hoog van de berg te wonen. In een stedelijk lint, dat de bewoners uitzicht op de machtige berg gunt, tekende zich Altropolis in het landschap af. Het wel of niet hebben van specialistische kennis over het bergmateriaal leidde tot een sociale scheiding tussen de werkende en de wetenschappelijke klasse.
De wetenschappers en hun familieleden verhuisden naar Altropolis. Als ware het een paleis, werd daar de Universiteit der Natuur- en Geesteswetenschappen gevestigd. Nabij de lawines van de berg werden onderzoekspaviljoens gebouwd en bleven de wetenschappers het gesteente op hun bruikbaarheid voor de beschaving testen.
Nakomelingen van Altropolis begonnen Rivierenland, nog steeds op hoogte maar weer iets dichter bij de berg. Zij bebouwen twee heuvels voor mensen die in harmonie met de dreigende berg en de natuur willen leven en leggen een systeem van energieopwekking en stadslandbouw aan.
De werkende klasse bleef in Solumma Nova wonen. Ondernemende landarbeiders stichtten boven de rivier een levende brug, met huizen en een markt, die de landerijen aan de overkant met de stad verbindt. Het gebied waar de berg had huisgehouden bleek een belangrijke culturele referentie voor de bewoners van Atropolis en Rivierenland, hier begonnen arbeiders zich te specialiseren in cultuur. Deze nieuwe klasse, de culturele klasse, ontwikkelde Solumma Nova tot uitgaans- en academiestad, de ruïnes van Solumma tot toeristische trekpleister en vestigden een openluchtschool. Onder de dreigende berg maakte zij een festivalterrein voor feest en een cultusplek voor inkeer.
Het gevaarlijke gebied onderaan de berg is bevolkt door de wetenschappers, die hier werken aan de beheersing. De culturele klasse exploiteert de oorden van natuurgeweld, ontspanning en festivals. De werkende klasse, de kunstenaars en de migranten die werken bij de steengroeve hebben hier ook hun verblijf gevonden. Iedereen aanvaardt de dreiging en het gevaar van de bergen, omdat er er hier een relatieve vrijheid van vestiging en een absolute vrijheid van esthetiek heerst. Ze wonen wild aan de rand van de samenleving, die tevens de oorsprong is.
Gepubliceerd op July 12th, 2010 in rubriek Nieuws.










